Centra Jeugd & Gezin
Contactpersoon: Arthur Eyck T 030 - 252 28 04 / 06 - 46 59 19 71
In 2011 moet elke gemeente over een Centrum voor Jeugd & Gezin (CJG) beschikken. De LVG lobbiet met andere eerstelijnspartners voor aansluiting van de eerste lijn op de CJG.
Aanvankelijk was er bijna geen aandacht voor de aansluiting van de eerstelijnszorg op de CJG. Inmiddels zijn de ministeries van VWS en Jeugd & Gezin hiermee aan de slag gegaan. Toch verloopt de CJG-vorming nog traag.
Centra voor Jeugd & Gezin - de stand van zaken
Met het vierde Kabinet Balkenende trad voor het eerst een minister aan met een portefeuille Jeugd en Gezin. Voortbouwend op Operatie Jong heeft het kabinet verordonneerd dat er in 2011 in elke gemeente een Centrum voor Jeugd & Gezin (CJG) moet zijn.
Bij het Programmaministerie drong de noodzaak tot de aansluiting van de eerstelijnszorg op de CJG pas later door. In de beleidsstukken kwam de eerstelijnszorg er aanvankelijk bekaaid van af, o.a. in de Beleidsagenda 2009 en het wetsvoorstel CJG dat ter consultatie aan het veld was voorgelegd. De LVG bepleitte telkens een goede aansluiting van de eerste lijn op de CJG, onder meer in een reactie op het wetsvoorstel.
Reactie op het voorliggende wetsvoorstel
In de ‘Voortgangsrapportage Centra voor Jeugd en Gezin’ werd begin november 2008 voor het eerst vanuit het Programmaministerie aandacht besteed aan de verbinding met de eerstelijnszorg:
Voortgangsrapportage Centra voor Jeugd en Gezin’ van het Minister Rouvoet aan de Tweede Kamer
“Het is van groot belang dat de Centra voor Jeugd en Gezin goed samenwerken met de eerstelijnsgezondheidszorg, zoals verloskundigen, kraamzorg en huisartsen. De betrokken professionals geven regelmatig aan behoefte te hebben aan een nadere concretisering hoe deze samenwerking eruit kan zien. Daarom wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van een handreiking over deze samenwerking voor de Gereedschapskist Centrum voor Jeugd en Gezin.”
Wetsvoorstel
Onlangs is een wetsvoorstel ingediend om de invoering ervan en de gemeentelijke verantwoordelijkheid daarbij te regelen.
In het wetsvoorstel wordt het college van B&W opgedragen de effectieve samenwerking van betrokken instanties te waarborgen. Hiertoe behoren de gezondheidszorg, jeugdzorg, onderwijs, welzijn, werk en inkomen, politie en justitie.
De afspraken moeten in ieder geval betrekking hebben op de taakverdeling tussen de instanties. De deelname aan casusoverleggen. De coördinatie van de zorg en het oplossen van mogelijke knelpunten in de coördinatie door middel van een escalatiemodel.
In het advies van de Raad van State werden nog wel wat kritische noten gekraakt. De belangrijkste daarbij zijn bekend: het is allemaal nogal algemeen gesteld en het ontbreekt de gemeente aan concrete mogelijkheden om de samenwerking af te dwingen.
Een CJG moet bestaande voorzieningen bundelen. Het moet een herkenbaar inlooppunt in de buurt zijn. Ouders, kinderen, jongeren tot 23 jaar en professionals moeten er terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien. De centra moeten advies en hulp op maat bieden.
Programmaministerie CJG basismodel
De uitvoering van een CJG is gedecentraliseerd naar de gemeenten. Lokaal moet men met de partners komen tot de best passende oplossingen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Programmaministerie ondersteunen de totstandkoming. Inmiddels zijn er al gemeenten waar een vorm van CJG bestaat. Over het algemeen gaat de ontwikkeling traag.
www.samenwerkenvoordejeugd.nl
www.jeugdengezin.nl
CJG locaties oktober 2008
De Gemeente
Voor de gemeenten is het CJG slechts één van de beleidsthema’s. De prioriteit wisselt per gemeente. In grotere gemeenten staat het CJG over het algemeen wel op de agenda. Bij de kleinere is dit veel minder het geval. Vrij algemeen is het ontbreken van een visie op de CJG en de totstandkoming ervan. Idealiter is deze visie nauw verbonden aan de visie die aan het Wmo-beleid ten grondslag ligt.
Veelal bevinden de gemeenten zich nog in het beginstadium van de visie- en beleidsvorming. Het plaatsen van een bord CJG is gemakkelijker dan het daadwerkelijk tot stand brengen. Zie onder meer; Binnenlands Bestuur - Huiskamer voor elk gezin in elke wijk oktober 2008
Daarnaast is het managen van het proces van CJG-vorming uiterst complex vanwege de vele partijen en de vaak uiteenlopende belangen. Daarbij heeft de gemeente slechts een beperkte doorzettingsmacht. Duidelijk is dat veel gemeenten nog niet klaar zijn voor de CJG. In sommige regio’s is de provincie actief in de bevordering van de totstandkoming van de CJG.
Lobby LVG
De LVG heeft met andere eerstelijnspartijen, o.a. de LHV, een lobby richting landelijke partijen gevoerd voor aansluiting van de eerste lijn op de CJG. Daarnaast wil de achterban van de LVG, waar mogelijk en zinvol, actief bijdragen aan de totstandkoming van de CJG.
De lobby van de LVG is positief ontvangen. Men ziet de logica van de verbinding met de eerste lijn. Zo noemt VWS de eerste lijn nu ook telkens in verband van de CJG. Zoals in de visie van VWS op de geïntegreerde eerste lijn (Dynamische eerstelijnszorg, januari 2008) en de uitwerking daarvan (Doelstellingenbrief, juli 2008).
In de ‘Dynamische eerste lijn’ wordt een gezamenlijke visie van de ministers van VWS en Jeugd & Gezin aangekondigd op de verbinding tussen de CJG en de eerste lijn. Deze visie moet de verbetering aangeven van de aansluiting van de eerste lijn op de jeugdhulpverlening. In de Doelstellingenbrief Eerstelijnszorg (juli 2008) staat:
“Er dient een heldere relatie / samenhang te zijn tussen eerstelijnszorg en Centra voor Jeugd en Gezin (CJG).”
www.minvws.nl/visie-op-de-eerstelijnszorg-dynamische-eerstelijnszorg VWS - Doelstellingenbrief eerstelijnszorg juli 2008
Handreiking CJG en eerste lijn
De ministers van VWS en voor Jeugd en Gezin hebben in verschillende brieven een handreiking aangekondigd waarin de verbinding tussen de eerste lijn en de CJG zal worden uitgewerkt. De LVG heeft, samen met de LHV en de KNOV, de taak op zich genomen om deze handreiking te schrijven. De handreiking zal het komende najaar verschijnen als deel van de gereedschapskist voor gemeenteambtenaren. De totstandkoming zal worden gefinancierd door het programmaministerie voor Jeugd & Gezin.
Het doel van de handreiking zal zijn om gemeenteambtenaren door een aantal pakken voorbeelden te wijzen op het belang van de eerste lijn voor het CJG. En te motiveren om de samenwerking met de eerste lijn te zoeken. Tegelijkertijd zullen de achterbannen van de LVG, LHV, KNOV, en van andere koepels, worden opgeroepen om het contact te zoeken met de gemeente.
ROS Stichting Beyaert, KNOV en LHV), een ‘aan-de-slag-workshop’ op het VNG-congres CJG en Gezondheid op 17 december 2008: Beyaert - CJG presentatie 17 december 2008
LVG-VNG - Presentatie congres Maastricht 17 december 2008 Artikel VNG-magazine: Huisarts en gemeenten moeten elkaars taal leren spreken januari 2009
De LVG verzorgt op 7 oktober een workshop op het Congres Samenwerken voor de jeugd’ onder de titel ‘Het gezondheidscentrum; de natuurlijke plek voor het Centrum voor Jeugd en Gezin!’
Meer informatie...
http://samenwerkenvoordejeugd.kuiterscongressen.nl
De huisartsenorganisaties hebben zich het afgelopen jaar actief gericht op de huisartsenzorg voor kinderen en jeugdigen. Dit heeft onder meer tot een tweetal aardige publicaties geleid.
Allereerst heeft het NHG onlangs een standpunt ‘Standpunt Huisartsenzorg en Jeugd’ geformuleerd. Dit standpunt is op het NHG Congres 2009, dat geheel aan de huisartsenzorg voor kinderen gewijd was, aan het Programmaministerie aangeboden.
NHG - Standpunt huisartsenzorg en jeugd december 2008
Meer informatie over het NHG standpunt
Daarnaast hebben de LHV en NHG samen met de Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN; de school- en jeugdartsen) een handreiking uitgebracht die ingaat op de samenwerking tussen huisarts en jeugdgezondheidszorg. In dit boekje worden beide beroepsgroepen belicht en wordt ingegaan op de mogelijkheden voor samenwerking.
LHV-NHG-AJN - Handreiking huisarts - JGZ december 2008
website AJN
Verwijsindex
De Verwijsindex Risicojongeren registreert risicomeldingen van jongeren tot 23 jaar. Het gaat om jongeren bij wie zich problemen voordoen, waardoor hun persoonlijke ontwikkeling wordt bedreigd en waardoor zij buiten de maatschappij dreigen te vallen. Hulpverleners uit de jeugdketen melden het risico. Bijvoorbeeld hulpverleners die actief zijn in de jeugdgezondheidszorg, het onderwijs, de jeugdzorg of bij justitie. Wanneer eerder meldingen over de jongere zijn gedaan, dan worden de betrokken instanties actief geïnformeerd over elkaars melding.
De Verwijsindex houdt bij hoeveel risico’s over een jongere worden gemeld. Zijn er twee of meer meldingen, dan is er een ‘match’. In dat geval krijgen de betrokken hulpverleners een signaal per email dat er een melding klaarstaat in de Verwijsindex. Zij moeten inloggen om de melding te kunnen bekijken. Daarin staat alleen door wie (inclusief contactgegevens) en over welke jongere een risico is gemeld. Met deze informatie kunnen betrokkenen eenvoudig contact met elkaar opnemen en samenwerken.
Binnen gemeenten moeten duidelijke, sluitende afspraken worden gemaakt over de zorgcoördinatie. De gemeente ziet erop toe dat er daadwerkelijk actie wordt ondernomen. Veelal zullen de ketenpartners onderling afstemmen hoe de signalen worden opgevolgd. Bij de ene gemeente wijst het systeem automatisch een organisatie aan die de zorgcoördinatie op zich neemt en voor afstemming zorgt. Bij andere gemeentes worden matches geagendeerd en op een casusoverleg besproken.
Links
|